ECLI:NL:CRVB:2013:CA2428
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- E.J. Govaers
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WAO-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV waarin zijn WAO-uitkering werd verlaagd naar een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. De rechtbank ’s-Hertogenbosch verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek door het UWV zorgvuldig was en dat de gehanteerde functies passend waren.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn functionele beperkingen, waaronder cognitieve klachten na een CVA, niet volledig waren meegewogen. Hij overlegde aanvullende medische stukken, waaronder een rapport van bedrijfsarts Huijsmans en een brief van zijn huisarts.
De Raad oordeelde dat het UWV een deugdelijke medische grondslag had, waarbij de bezwaarverzekeringsarts alle relevante medische informatie had betrokken. Hoewel de Raad het verband tussen de cognitieve klachten en het CVA erkende, leidde dit niet tot meer objectiveerbare beperkingen dan reeds vastgesteld. De arbeidskundige rapporten toonden aan dat de belastbaarheid binnen de gehanteerde functies paste.
Daarom bevestigde de Centrale Raad van Beroep de eerdere uitspraak en wees het beroep van appellant af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid.