ECLI:NL:CRVB:2013:CA2435
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.W. Schuttel
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten UWV inzake terugvordering WAO-uitkering en vaststelling arbeidsongeschiktheid
Appellante was administratief medewerkster die na een val arbeidsongeschikt werd verklaard en een WAO-uitkering ontving. Zij werkte vanaf 1993 als zelfstandige in een VOF en leverde pas in 2008 haar jaarcijfers aan het UWV. Het UWV stelde op basis van artikel 44 WAO Pro terugvordering van te veel ontvangen uitkering vast over 2003-2005 en een lagere arbeidsongeschiktheidsklasse vanaf 2006.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, oordeelde dat terugwerkende kracht niet in strijd was met rechtszekerheid en wees het verzoek om schadevergoeding af wegens overschrijding redelijke termijn. In hoger beroep betoogde appellante dat terugwerkende kracht onredelijk was omdat het UWV geen navraag deed en eerder geen actie ondernam.
De Raad constateerde dat het kortingsbesluit over 2003 op onjuiste grondslag berust en vernietigde dat deel, waardoor ook de vaststelling vanaf 2006 niet gehandhaafd kan blijven. Voor 2004 en 2005 achtte de Raad de gedragslijn van het UWV consistent toegepast en vond dat appellante redelijkerwijs had kunnen weten dat haar inkomsten invloed hadden op de uitkering. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat de procedure binnen de redelijke termijn bleef.
De Raad veroordeelde het UWV in de proceskosten en bevestigde de overige onderdelen van de uitspraak. Tevens gaf de Raad aan dat eventuele nieuwe besluitvorming door het UWV aan rechterlijke toetsing kan worden onderworpen, mits consistent met de vastgestelde gedragslijn.
Uitkomst: Besluiten UWV over terugvordering WAO-uitkering 2003 en vaststelling arbeidsongeschiktheid vanaf 2006 worden vernietigd, overige besluiten bevestigd, schadevergoeding afgewezen.