Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2013:CA2822

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 juni 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
11/2311 WWB + 11/2312 WWB
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking hoger beroep wegens nieuw besluit arbeidsverplichting

Appellanten waren in hoger beroep gegaan tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht inzake de arbeidsverplichting opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Maastricht.

Het college had in september 2009 op basis van een GGD-advies een volledige arbeidsverplichting opgelegd. Later, op 21 november 2012, nam het college een nieuw besluit waarin appellanten werden ontheven van de arbeidsverplichtingen op basis van een nieuw onderzoek.

Naar aanleiding hiervan trokken appellanten het hoger beroep in en verzochten zij de Raad om het college te veroordelen in de proceskosten. De Raad oordeelde dat appellanten niet aannemelijk hadden gemaakt dat het hoger beroep was ingetrokken omdat het college aan hen was tegemoetgekomen.

Daarom wees de Centrale Raad van Beroep het verzoek om proceskostenvergoeding af en sloot het onderzoek zonder zitting, met toestemming van partijen.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat niet is aangetoond dat het hoger beroep is ingetrokken vanwege tegemoetkoming door het college.

Uitspraak

11/2311 WWB, 11/2312 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 9 maart 2011, 10/426 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant 1] en [Appellant 2] te [woonplaats] (appellanten)
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht (college)
Datum uitspraak 11 juni 2013.
PROCESVERLOOP
Namens appellanten heeft mr. L. Bovenkamp, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Het college heeft op 21 november 2012 een nieuw besluit genomen.
Bij brief van 21 december 2012 heeft mr. Bovenkamp namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.
Het college heeft bij brief van 18 januari 2013 gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Het college stelt zich op het standpunt dat er geen aanleiding is voor het toekennen van een vergoeding van proceskosten, omdat op basis van nieuwe feiten en omstandigheden is besloten appellante bij een nieuw besluit in primo te ontheffen van de arbeidsverplichtingen. Tijdens de behandeling van het bezwaarschrift en het beroepschrift deden deze nieuwe feiten en omstandigheden zich nog niet voor.
De Raad stelt vast dat mr. Bovenkamp namens appellanten het hoger beroep heeft ingetrokken en dat namens appellanten een verzoek om veroordeling in de proceskosten is gedaan.
Met het college is de Raad van oordeel dat er geen aanleiding bestaat tot vergoeding van de (proceskosten). Appellanten hebben niet aannemelijk gemaakt dat het hoger beroep is ingetrokken omdat het college aan appellanten is tegemoetgekomen.
Het college had bij het besluit van 22 september 2009 eiseres op basis van advies van de GGD
de volledige arbeidsverplichting opgelegd. Het nieuwe besluit van 21 november 2012 behelst een ontheffing van de arbeidsverplichtingen op basis van een nieuw onderzoek, vanaf 21 november 2012 tot 1 maart 2013. Het verzoek moet worden afgewezen.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af.
Deze uitspraak is gedaan door J.J.A. Kooijman, in tegenwoordigheid van E. Blijleven-de Vries als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 juni 2013.
(getekend) J.J.A. Kooijman
(getekend) E. Blijleven-de Vries
RB