ECLI:NL:CRVB:2013:CA2823
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- E.J.M. Heijs
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens ontbreken duurzaam gescheiden leven
Appellante ontving vanaf 5 augustus 2003 bijstand als alleenstaande ouder nadat haar echtgenoot de woning had verlaten. Het college vermoedde dat appellante onjuiste informatie had verstrekt over haar woonsituatie en startte een onderzoek, dat leidde tot het besluit van 26 november 2010 om de bijstand vanaf 15 augustus 2008 in te trekken en terug te vorderen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat zij wel degelijk duurzaam gescheiden leefde, met een eigen leven en een lopende echtscheidingsprocedure. De Raad oordeelt echter dat dit niet het geval is, omdat uit het onderzoek bleek dat de echtgenoot regelmatig aanwezig was, mee boodschappen deed, en dat auto’s op haar naam stonden terwijl zij de kosten betaalde.
De Raad wijst erop dat duurzaam gescheiden leven inhoudt dat er een gewilde verbreking van de echtelijke samenleving is, waarbij ieder een eigen leven leidt als ware men ongehuwd. Dit was niet aannemelijk gemaakt. De aanwezigheid van kleding en administratie van de echtgenoot in de woning en het ontbreken van een echtscheidingsprocedure binnen de relevante periode ondersteunen dit oordeel.
Daarom wordt het hoger beroep verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd wegens het ontbreken van duurzaam gescheiden leven.