ECLI:NL:CRVB:2013:CA2945
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WUBO-uitkering wegens ontbreken causaal verband verzakkingsklachten en tilwerkzaamheden
Appellante, geboren in 1934 en van Joodse afkomst, werd erkend als slachtoffer van oorlogsgeweld onder de Wubo, met psychische klachten die tot blijvende invaliditeit leidden. Haar fysieke klachten, waaronder verzakkingsklachten, werden door verweerder niet toegeschreven aan oorlogsgeweld maar aan andere oorzaken.
Appellante stelde dat haar verzakkingsklachten veroorzaakt zijn door zware tilwerkzaamheden tijdens haar onderduikperiode op jonge leeftijd. Verweerder baseerde zijn afwijzing op rapporten van geneeskundig adviseurs die het causaal verband ontkenden. De Raad hechtte meer gewicht aan de mening van de behandelend gynaecoloog en de adviserend geneeskundigen dan aan de huisarts die het verband wel aannemelijk achtte.
De Raad concludeerde dat tilwerkzaamheden op de leeftijd van 9 tot 10 jaar de bekkenbodem nauwelijks belasten en dat de verzakking multifactorieel is, mede veroorzaakt door aangeboren afwijkingen en hormonale veranderingen tijdens zwangerschap. Literatuur en argumenten van appellante boden onvoldoende steun voor het causaal verband. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van causaal verband tussen verzakkingsklachten en tilwerkzaamheden.