ECLI:NL:CRVB:2013:CA2946
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens schending inlichtingenverplichting bevestigd
Appellant diende op 5 november 2010 een aanvraag om bijstand in, welke door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag werd afgewezen wegens onvoldoende informatie over een storting van €15.574,95, een contante opname van €15.000,-- en een geldlening van €9.000,--. Appellant kon niet met objectieve en verifieerbare gegevens aantonen waaraan het opgenomen bedrag was besteed en gaf wisselende verklaringen.
De Raad oordeelde dat appellant de op hem rustende inlichtingenverplichting schond door niet tijdig en onvoldoende informatie te verstrekken over zijn financiële situatie voorafgaand aan en tijdens de beoordelingsperiode van 5 november 2010 tot 17 januari 2011. Ondanks verzoeken overhandigde appellant niet de brief van de verzekeraar ASR die de aard van de schadevergoeding zou verduidelijken.
De rechtbank had het bezwaar van appellant ongegrond verklaard en de Raad zag geen reden voor terugverwijzing naar de rechtbank. De Raad concludeerde dat het college de aanvraag terecht had afgewezen omdat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens onvoldoende informatie over de financiële situatie wordt bevestigd.