ECLI:NL:CRVB:2013:CA2949
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet meer woonachtig op opgegeven adres
Appellante ontving bijstand en stond ingeschreven op een adres waar zij een woning huurde van woningcorporatie Portaal. Na het opzeggen van het huurcontract per 31 mei 2010 stelde het college vast dat zij niet meer op dat adres woonde. Dit werd onderbouwd met informatie van Portaal, een ontruimingsvonnis en een beëindigingsinspectie waaruit bleek dat de woning niet geschikt was voor bewoning.
Appellante voerde aan dat zij de woning niet had verlaten en dat zij in februari 2010 tijdelijk vanwege bedreiging door haar ex-man in beperkte mate in de woning verbleef. De Raad oordeelde echter dat dit niet aannemelijk maakte dat zij na 23 april 2010 weer op het adres woonde. Het voeren van een ontruimingsprocedure en het feit dat de woning niet leeg was, leiden niet tot het aannemen van hoofdverblijf.
Het college was bevoegd de bijstand over de periode 31 mei 2010 tot en met 28 augustus 2010 in te trekken en de ten onrechte ontvangen bijstand terug te vorderen. Het hoger beroep faalde, de aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd.