ECLI:NL:CRVB:2013:CA3010
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering WW-uitkering wegens te hoog vastgesteld dagloon
Appellant ontving een WW-uitkering die aanvankelijk was berekend op een dagloon van € 73,03, waarbij ten onrechte de WAO-uitkering was meegerekend. Hierdoor was de WW-uitkering bruto bijna € 400,- per maand hoger dan het eerdere loon. Het UWV stelde het dagloon bij en vorderde het te veel betaalde bedrag van € 24.442,24 terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat hij redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat de uitkering te hoog was.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het netto verschil gering was en dat hij op basis van de toegekende uitkering een aangepaste woning had gekocht, waardoor terugvordering onredelijk was. Ook stelde hij dat zijn gezondheid door de procedure was verslechterd. Het UWV handhaafde het standpunt dat de herziening terecht was vanwege het imperatieve karakter van de wet.
De Raad oordeelde dat appellant geen verwijt treft voor de fout van het UWV en dat het hem duidelijk had kunnen zijn dat de uitkering te hoog was. De financiële en sociale gevolgen waren niet onaanvaardbaar, mede omdat appellant zijn aflossingscapaciteit kon laten herberekenen. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van het WW-dagloon en wijst het hoger beroep af.