ECLI:NL:CRVB:2013:CA3014
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag voor arbeidsongeschiktheid
Appellant was werkzaam als maatschappelijk werker en viel wegens fysieke en psychische klachten uit. Het UWV beëindigde de Ziektewet-uitkering per 3 augustus 2011 na een verzekeringsgeneeskundig onderzoek. Appellant maakte bezwaar, dat werd afgewezen omdat de medische beoordeling voldoende was onderbouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht uitging van een zittende maatgevende functie en dat het bezwaaronderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. Appellant stelde in hoger beroep dat hij meer moest staan en dat zijn psychische klachten hem belemmerden, maar kon dit niet onderbouwen met nieuwe medische informatie.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en het UWV, concludeerde dat er geen reden was om het standpunt te wijzigen en wees het hoger beroep af. De uitkering is daarmee terecht beëindigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Ziektewet-uitkering is terecht beëindigd omdat appellant niet medisch ongeschikt is voor zijn eigen werk.