ECLI:NL:CRVB:2013:CA3141
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na overeenstemming schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Betrokkene stelde beroep in tegen een besluit van de voormalige Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad. De Raad bepaalde in een eerdere uitspraak dat het onderzoek werd heropend voor een nadere uitspraak over een verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
Partijen bereikten overeenstemming over de schadevergoeding, waarna betrokkene het verzoek introk en de Raad verzocht de Staat te veroordelen in de proceskosten. De Raad besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten en sloot het onderzoek.
De Raad oordeelde dat op grond van artikel 8:75a Awb en artikel 17 van Pro de Beroepswet de Staat op verzoek van betrokkene kan worden veroordeeld in de proceskosten. Gezien de samenhang met een ander geding werd het bedrag van de proceskosten vastgesteld op € 236,--.
De Centrale Raad van Beroep veroordeelde de Staat tot betaling van deze proceskosten. De uitspraak werd gedaan door A. Beuker-Tilstra, in aanwezigheid van griffier P.W.J. Hospel, op 13 juni 2013.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van € 236,-- aan proceskosten aan betrokkene.