ECLI:NL:CRVB:2013:CA3205
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, die sinds een ernstig auto-ongeluk in 2007 arbeidsongeschikt is, vordert een WIA-uitkering. Het UWV heeft dit geweigerd omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt wordt geacht. De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard en geoordeeld dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen van appellant niet zijn onderschat.
Appellant voert aan dat zijn posttraumatische stressklachten en fysieke beperkingen onvoldoende zijn erkend en dat hij in de praktijk de functies waarop de schatting is gebaseerd niet kan vervullen vanwege onder meer taalbeheersing en andere praktische eisen. De Raad oordeelt dat de functies medisch en arbeidskundig passend zijn en dat het theoretische karakter van de arbeidsongeschiktheidsschatting niet toelaat rekening te houden met de praktische haalbaarheid van het verkrijgen van die functies.
De Raad merkt op dat de taalbeheersing van appellant voldoende is en dat er geen communicatieproblemen waren tijdens de onderzoeken. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.