Uitspraak
19 2199 WIA
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
bevestigt de aangevallen uitspraak;
Centrale Raad van Beroep
Appellante werkte als cateringmedewerkster en meldde zich ziek met klachten aan de linkerpols. Na medisch en arbeidskundig onderzoek door het UWV werd vastgesteld dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom werd haar WIA-uitkering geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren over de beoordeling van haar beperkingen, waaronder pols- en handklachten en geheugenproblemen, en stelde zij dat het onderzoek onvolledig was omdat geen informatie van de behandelend sector was ingewonnen. De Raad volgde echter de rechtbank en oordeelde dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat de functies waarop de arbeidsongeschiktheidsberekening was gebaseerd geschikt waren en dat het medisch onderzoek zorgvuldig was.
De Raad benadrukte dat het UWV niet verplicht is informatie van de behandelend sector in te winnen tenzij er sprake is van een lopende behandeling met invloed op arbeidsmogelijkheden. Ook werd bevestigd dat bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid geen rekening wordt gehouden met de kans op het verkrijgen van passend werk. Het verzoek om een onafhankelijk onderzoek en vergoeding van wettelijke rente werd afgewezen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.