ECLI:NL:CRVB:2013:CA3206

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 juni 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
11-7422 MPW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing invaliditeitspensioen na zorgvuldig medisch onderzoek

Appellant, een voormalig militair die in 2006 wegens ziekte en gebreken uit dienst trad, verzocht om een invaliditeitspensioen vanwege rug- en nekklachten als gevolg van uitzendingen. Na een militair geneeskundig onderzoek werd de mate van invaliditeit vastgesteld op minder dan 10%, waardoor alleen een garantiepensioen werd toegekend.

Appellant stelde dat het medisch onderzoek onvoldoende was en dat er onterecht geen onderzoek was gedaan naar een mogelijke posttraumatische stressstoornis (PTSS). De Raad stelde vast dat het onderzoek zorgvuldig, gedegen en inzichtelijk was uitgevoerd. Tijdens het eerste onderzoek in 2006 waren er geen aanwijzingen voor psychische klachten; deze werden pas in 2008 tijdens de bezwaarprocedure ingebracht, waarna een aanvullend onderzoek plaatsvond.

Het aanvullende onderzoek leidde tot een nieuw besluit waarin het verzoek om invaliditeitspensioen wederom werd afgewezen. Appellant heeft tegen dit besluit geen rechtsmiddelen aangewend. De Raad vond geen aanleiding om te twijfelen aan de medische onderbouwing en bevestigde het eerdere oordeel van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het invaliditeitspensioen en handhaaft de toekenning van alleen het garantiepensioen.

Uitspraak

11/7422 MPW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 9 november 2011, 10/6262 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.] (appellant)
de Minister van Defensie (minister)
Datum uitspraak: 13 juni 2013
PROCESVERLOOP
In verband met een wijziging van taken is in deze zaak de Minister van Defensie in de plaats getreden van de Staatssecretaris van Defensie. Waar in deze uitspraak wordt gesproken van minister wordt daaronder in voorkomend geval (mede) de staatssecretaris verstaan.
Namens appellant heeft mr. P.M. Groenhart hoger beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 mei 2013. Appellant is niet verschenen met voorafgaand bericht. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.R.C. Adang.
OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Appellant is na een in 2005 ingesteld militair geneeskundig onderzoek blijvend ongeschikt geacht voor de militaire dienst en per 1 mei 2006 ontslagen uit militaire dienst wegens ziekte en gebreken. Hij is meerdere malen uitgezonden geweest, onder meer naar het voormalig Joegoslavië. Appellant heeft verzocht om een militair invaliditeitspensioen in verband met rug- en nekklachten als gevolg van die uitzendingen. Naar aanleiding van dit verzoek is appellant onderzocht door een verzekeringsgeneeskundige, die heeft geconcludeerd dat er met een redelijke mate van waarschijnlijkheid verband bestaat tussen de uitoefening van de dienst en de rug- en nekklachten van appellant. De mate van invaliditeit door deze klachten is geschat op minder dan 10%.
1.2. Bij besluit van 14 juni 2007 heeft verweerder bepaald dat aan appellant een garantiepensioen wordt toegekend. Hierbij is geen invaliditeitspensioen toegekend, omdat de mate van invaliditeit met dienstverband minder dan 10% bedraagt. Bij besluit van verweerder van 21 juli 2010 is het tegen dit besluit gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
2. De rechtbank heeft het door appellant tegen dit laatste besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard.
3. In beroep heeft appellant aangevoerd dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig is geweest en dat ten onrechte geen onderzoek is gedaan naar het bestaan van een posttraumatische stressstoornis (PTSS).
4. Verweerder heeft verweer gevoerd en een besluit van 3 december 2010 overgelegd, waarbij opnieuw afwijzend is beslist op een verzoek van appellant om toekenning van een invaliditeitspensioen.
5. Evenals de rechtbank acht de Raad sprake van een zorgvuldig, gedegen en inzichtelijk onderzoek ten behoeve van de vaststelling van de mate van invaliditeit van appellant. Ook op de namens appellant in bezwaar ingediende medische gegevens is van de zijde van verweerder voldoende gereageerd. Ten tijde van het medisch onderzoek, met als peildatum 1 mei 2006, heeft appellant niets aangevoerd met betrekking tot psychische klachten, dat is pas tijdens de bezwaarprocedure eind 2008 gebeurd. Naar aanleiding van deze in bezwaar naar voren gebrachte grief heeft verweerder een nieuw medisch onderzoek laten instellen met als peildatum 17 november 2008. Dit heeft geresulteerd in het onder 4 genoemde besluit van 3 december 2010. Tegen dat besluit zijn geen rechtsmiddelen aangewend. Er is van de zijde van appellant niets aangevoerd dat twijfel doet ontstaan aan de medische onderbouwing van het in dit geding bestreden besluit. Uit de voorhanden zijnde medische gegevens blijkt niet van het bestaan van een PTSS in 2006 of eerder.
6. Gezien hetgeen onder 5 is overwogen wordt de aangevallen uitspraak bevestigd.
7. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra, in tegenwoordigheid van T.A. Meijering als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 juni 2013.
(getekend) A. Beuker-Tilstra
(getekend) T.A. Meijering
HD