ECLI:NL:CRVB:2013:CA3209
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R. Kooper
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling plichtsverzuim en disciplinaire straf politieambtenaar verkeershandhaving
Betrokkene, werkzaam als hoofdagent bij het team verkeershandhaving, werd door de korpschef disciplinair gestraft met een schriftelijke berisping wegens plichtsverzuim. Dit volgde op een oriënterend en disciplinair onderzoek door het Bureau Integriteit en Veiligheid naar aanleiding van signalen over onjuist gedrag en werkhouding.
De rechtbank had het besluit tot berisping vernietigd omdat niet was gebleken dat betrokkene zich aan plichtsverzuim had schuldig gemaakt, met name over de wijze van invulling van verantwoordingsstaten. De Raad oordeelt echter dat deze handelwijze geen plichtsverzuim oplevert omdat deze overeenkwam met destijds geldende procedures. Wel constateert de Raad dat betrokkene zich schuldig maakte aan andere gedragingen, zoals eigenmachtig gebruik van dienstvoertuigen en het uitvoeren van controles buiten de planning zonder overleg, wat plichtsverzuim vormt.
De Raad acht de opgelegde schriftelijke berisping, de lichtste disciplinaire straf, passend en niet onevenredig, mede omdat betrokkene reeds gewaarschuwd was. Het beroep van de korpschef wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van de korpschef wordt ongegrond verklaard en de schriftelijke berisping blijft in stand.