ECLI:NL:CRVB:2013:CA3215
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vordering wegens overschrijding bijverdiengrens studiefinanciering 2009
Appellant ontving in 2009 studiefinanciering en een OV-studentenkaart. De Minister stelde op basis van het door de Belastingdienst vastgestelde verzamelinkomen vast dat appellant de maximale bijverdiengrens had overschreden en legde een vordering wegens meerinkomen op.
Appellant voerde aan dat hij op basis van informatie van DUO mocht aannemen dat hij niet boven de bijverdiengrens zou uitkomen en stelde dat terugbetaling in strijd was met de beginselen van behoorlijk bestuur. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat appellant zijn stellingen niet concreet had onderbouwd en de Minister de vordering terecht had vastgesteld.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn gronden, maar de Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank. De Raad oordeelde dat de vordering terecht was opgelegd en dat geen aanleiding bestond om af te wijken van het dwingendrechtelijke artikel 3.17 van de Wsf 2000. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vordering wegens meerinkomen wordt bevestigd.