ECLI:NL:CRVB:2013:CA3227
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering vervolgings- en burger-oorlogsslachtoffer wegens onvoldoende invaliditeit
Appellant, erkend als vervolgde en burger-oorlogsslachtoffer, verzocht om een periodieke uitkering op grond van de Wuv en Wubo. De aanvragen werden geweigerd omdat de psychische en lichamelijke klachten weliswaar in causaal verband stonden met de vervolging en oorlogsgeweld, maar niet tot blijvende invaliditeit leidden.
De Raad baseerde zich op medische adviezen van geneeskundig adviseurs die een geringe tot matige beperking constateerden, voornamelijk bij aanpassing aan stressvolle omstandigheden, maar geen relevante beperkingen in sociaal functioneren, concentratie of dagelijkse activiteiten. Het door appellant ingebrachte rapport van een verzekeringsarts bevestigde deze bevindingen en toonde geen afwijking ten tijde van de aanvragen.
De Raad concludeerde dat de bestreden besluiten deugdelijk waren voorbereid en gemotiveerd en verklaarde de beroepen ongegrond. Appellant werd gewezen op de mogelijkheid tot hernieuwde aanvragen bij gewijzigde medische toestand.
Uitkomst: De beroepen tegen de weigering van de periodieke uitkeringen worden ongegrond verklaard wegens onvoldoende medische invaliditeit.