ECLI:NL:CRVB:2013:CA3472
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante ontving sinds 1994 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV trok deze uitkering per 26 april 2009 in, wat door de rechtbank Utrecht in 2011 werd bevestigd. Na een ziekenhuisopname en herstelperiode werd de WAO-uitkering opnieuw toegekend vanaf 26 juni 2009, maar vervolgens per 30 augustus 2009 ingetrokken. Het bezwaar van appellante tegen deze intrekking werd ongegrond verklaard.
De rechtbank oordeelde dat het UWV voldoende rekening had gehouden met de beperkingen van appellante, waaronder haar persoonlijkheidsstoornis, en dat de bevindingen van de psychiater prof. dr. Kahn geen aanleiding gaven tot het aannemen van meer beperkingen. In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt dat zij volledig arbeidsongeschikt bleef, maar de Raad vond dat de verzekeringsartsen dit overtuigend hadden weersproken.
De Raad stelde vast dat de medische en arbeidskundige grondslagen van het besluit deugdelijk waren en dat er geen aanleiding was voor het benoemen van een deskundige. Appellante bracht geen zelfstandige bezwaren aan tegen de geselecteerde functies. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 30 augustus 2009 wordt bevestigd wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag.