ECLI:NL:CRVB:2013:CA3480
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitkeringspercentage bij arbeidsongeschiktheid 65-80% volgens Wet WIA
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin zijn loongerelateerde uitkering werd omgezet in een vervolguitkering met een arbeidsongeschiktheidsklasse van 65 tot 80% en een uitkeringspercentage van 50,75% van het minimumloon.
De rechtbank Breda had het beroep van appellant gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten. Appellant betwistte dat het uitkeringspercentage in een reële verhouding staat tot zijn vastgestelde arbeidsongeschiktheid van 74,23%.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat artikel 62, eerste lid, in verbinding met artikel 61, zesde lid, aanhef en onder e, van de Wet WIA duidelijk voorschrijft dat bij een arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80% het uitkeringspercentage 50,75% van het minimumloon bedraagt. Er is geen wettelijke mogelijkheid om hiervan af te wijken.
Daarom wordt de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd voor zover appellant deze heeft aangevochten. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het uitkeringspercentage van 50,75% van het minimumloon bij arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%.