ECLI:NL:CRVB:2013:CA3577
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenbehandelingstelling aanvraag bijstandsuitkering wegens onvolledige gegevens
Appellant had sinds 18 februari 2010 bijstand ontvangen, maar deze werd met terugwerkende kracht ingetrokken wegens schending van de inlichtingenplicht. Op 16 juni 2011 diende appellant een nieuwe aanvraag in met als gewenste ingangsdatum 1 mei 2011. Het college verzocht appellant tweemaal om ontbrekende bewijsstukken te verstrekken, maar appellant reageerde niet volledig binnen de gestelde termijnen.
Het college stelde daarop de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5 Awb Pro. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard door het college en de rechtbank. In hoger beroep voerde appellant aan dat de verstrekte informatie voldoende was en dat hij niet over alle gevraagde stukken kon beschikken omdat deze bij de curator van zijn faillissement waren.
De Raad oordeelde dat het college bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te stellen omdat essentiële financiële gegevens ontbraken die noodzakelijk zijn voor een goede beoordeling. Appellant had de mogelijkheid om de stukken bij de curator op te vragen maar had geen verlenging van de termijn gevraagd. De eerdere toekenning van bijstand was ingetrokken vanwege schending van de inlichtingenplicht, waardoor de omstandigheden nu anders waren.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt buiten behandeling gesteld wegens onvoldoende verstrekte gegevens en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.