ECLI:NL:CRVB:2011:BP1399
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onduidelijkheid financiële situatie en economische eigendom perceel
Appellant heeft op 3 april 2007 een bijstandsuitkering aangevraagd, maar het College van B&W Emmen wees deze af omdat de financiële positie van appellant niet duidelijk was. Appellant voerde aan dat hij geen economische eigenaar meer was van het perceel waarop hij woonde, maar de Raad stelde vast dat hij dit niet kon bewijzen en dat hij economisch eigenaar bleef.
Appellant verrichtte werkzaamheden op het perceel en in de slagerij van zijn zoon, en int standplaatsgelden van caravans, wat economische activiteiten zijn die op geld waardeerbaar zijn. Er was geen administratie of verantwoording van deze inkomsten, en appellant betaalde geen huur of gebruikskosten voor het pand.
De Raad concludeerde dat het College terecht oordeelde dat de financiële situatie van appellant onduidelijk bleef, mede doordat de inkomsten van appellant en zijn zoon niet goed te scheiden waren. Ook gaf appellant onvoldoende duidelijkheid over zijn levensonderhoud in de jaren voorafgaand aan de aanvraag. Daarom kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld en werd het hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd wegens onvoldoende duidelijkheid over de financiële situatie van appellant.