ECLI:NL:CRVB:2013:CA3799
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aanvraag WAO-uitkering terecht buiten behandeling gesteld wegens ontbreken noodzakelijke gegevens
Appellant, die van 1978 tot 1995 in Nederland verbleef, diende in juni 2009 een aanvraag in voor een WAO-uitkering bij het UWV. Het UWV verzocht appellant meerdere malen om aanvullende gegevens en documenten die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van zijn aanvraag. Ondanks deze verzoeken verstrekte appellant niet de gevraagde informatie.
Het UWV besloot daarom de aanvraag niet verder in behandeling te nemen en verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit besluit en oordeelde dat het UWV terecht gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid om een aanvraag buiten behandeling te laten indien onvoldoende gegevens zijn verstrekt.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn eerdere standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep vond geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. Er waren geen aanwijzingen dat appellant redelijkerwijs niet in staat was om de gevraagde gegevens binnen de gestelde termijn te verstrekken. De Raad bevestigde dat het UWV bevoegd en redelijk heeft gehandeld door de aanvraag buiten behandeling te stellen.
De Raad wees een proceskostenveroordeling af en sprak de beslissing uit in het openbaar op 19 juni 2013.
Uitkomst: De aanvraag van appellant voor een WAO-uitkering is terecht buiten behandeling gesteld wegens het niet verstrekken van noodzakelijke aanvullende gegevens.