ECLI:NL:CRVB:2014:1044

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
28 maart 2014
Publicatiedatum
28 maart 2014
Zaaknummer
13-4318 WWB-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding ongegrond verklaard

Appellant had tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland hoger beroep ingesteld, maar dit hogerberoepschrift werd niet tijdig ingediend. De Raad verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Appellant stelde verzet in tegen deze beslissing en voerde aan dat hij door zijn grote gezin en de hoeveelheid zaken die hij moest regelen het hogerberoepschrift niet tijdig had kunnen verzenden, omdat het tussen schoolspullen van zijn kinderen was geraakt.

De Raad oordeelde dat appellant het hogerberoepschrift weliswaar op de laatste dag van de termijn had opgesteld, maar het feit dat hij het niet op diezelfde dag ter post had gebracht, kon niet als verschoonbaar worden beschouwd. Er waren geen bijzondere omstandigheden die het verzuim konden rechtvaardigen. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard.

De Raad zag geen aanleiding om appellant te veroordelen in de proceskosten van het verzet. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 28 maart 2014.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens termijnoverschrijding wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Datum uitspraak: 28 maart 2014
13/4318 WWB-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 18 juni 2013, 13/230 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Stadskanaal (college)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 19 november 2013 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 24 februari 2014. Appellant is verschenen. Het college is niet verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 19 november 2013 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was 30 juli 2013. Het hogerberoepschrift is gedateerd 30 juli 2013, op 9 augustus 2013 ondertekend en per post verzonden en op 12 augustus 2013 bij de Raad ontvangen. Daarmee staat vast dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.
In verzet heeft appellant naar voren gebracht dat zijn gezin uit elf personen bestaat en dat hij de enige persoon binnen het gezin is die contact onderhoudt met instanties. Door de enorme stroom van informatie en zaken die appellant moet regelen, heeft hij niet altijd overzicht over de te behandelen zaken. Het hogerberoepschrift was op 30 juli 2013 verzendklaar maar is tussen de schoolspullen van zijn kinderen geraakt. Nadat appellant het hogerberoepschrift had gevonden, heeft hij de datum geactualiseerd naar 9 augustus 2013 en het hogerberoepschrift verzonden. Appellant heeft verzocht om toepassing van “de hardheidsclausule”.
De Raad stelt vast dat appellant geen redenen heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat het verzuim appellant niet kan worden verweten. Appellant heeft zijn hogerberoepschrift op de laatste dag van de termijn opgesteld. Dat appellant vervolgens is vergeten om zijn hogerberoepschrift op dezelfde dag ter post te bezorgen, is geen omstandigheid op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. De Raad is van oordeel dat er ook overigens geen sprake is van bijzondere omstandigheden die tot dat oordeel moeten leiden.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van
D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
28 maart 2014.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven

TM