ECLI:NL:CRVB:2014:1048
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens ontbreken gewijzigde feitelijke woonsituatie
Verzoeker heeft meerdere keren een aanvraag om bijstand ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, waarbij hij telkens opgaf op een bepaald adres te wonen. Het college heeft deze aanvragen afgewezen omdat niet aannemelijk was dat verzoeker zijn feitelijk hoofdverblijf op het opgegeven adres had. Verzoeker heeft in bezwaar en hoger beroep aangevoerd dat uit een uittreksel van de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) blijkt dat hij sinds januari 2012 op het opgegeven adres staat ingeschreven, en dat dit voldoende bewijs is van zijn feitelijke woonsituatie.
De voorzieningenrechter overweegt dat de inschrijving in de GBA niet doorslaggevend is voor de feitelijke woonsituatie. Verzoeker heeft geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die aantonen dat hij daadwerkelijk op het opgegeven adres woont. Het college had dan ook geen aanleiding om nader onderzoek te verrichten. Het hoger beroep slaagt daarom niet.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af en bevestigt de uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen omdat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij feitelijk op het opgegeven adres woont.