ECLI:NL:CRVB:2010:BM0861
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijstandsaanvraag wegens ontbreken wijziging omstandigheden
Appellant had tot 1 juni 2006 bijstand ontvangen, die werd ingetrokken vanwege autohandel. Daarna diende hij drie keer een aanvraag in voor bijstand met terugwerkende kracht vanaf 1 juni 2006. Het College wees deze aanvragen af omdat niet was gebleken van nieuwe feiten of gewijzigde omstandigheden die rechtvaardigen dat bijstand wordt toegekend.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze afwijzingen ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank de toetsing te beperkt heeft uitgevoerd door alleen te kijken naar gewijzigde omstandigheden ten opzichte van het intrekkingsbesluit van 27 september 2006 en niet naar de periode vanaf de datum van aanvraag tot het primaire besluit.
De Raad beoordeelt vervolgens de afzonderlijke aanvragen. Voor de aanvragen van 2 oktober 2006 en 4 april 2007 is vastgesteld dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij zijn autohandel heeft gestaakt. Voor de aanvraag van 6 september 2007 vernietigt de Raad het besluit omdat het College ten onrechte de gehele aanvraag onder artikel 4:6 Awb Pro afwees, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat geen wijziging in omstandigheden is aangetoond.
De Raad veroordeelt het College in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 7 april 2008 wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, de andere beroepen worden ongegrond verklaard.