ECLI:NL:CRVB:2014:1055
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.H. Bel
- G. van Zeben-de Vries
- D.S. de Vries
- Rechtspraak.nl
Beoordeling indicatie AWBZ-zorg en invloed woonsituatie op zorgverlening
Appellant, langdurig niet rechtmatig verblijvend in Nederland en met medische beperkingen door epilepsie en een herseninfarct, vroeg bij het CIZ om indicatie voor AWBZ-zorg. Na aanvankelijke afwijzing wegens onvoldoende medische informatie, werd hij uiteindelijk geïndiceerd voor individuele begeleiding klasse 2.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het tweede besluit af, omdat appellant de vastgestelde beperkingen niet betwistte en onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij meer zorg nodig had. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn zorgverlening wordt bemoeilijkt door zijn instabiele woonsituatie, aangezien hij alleen een slaapplek in de noodopvang heeft en overdag op straat verblijft.
De Raad oordeelde dat de woonsituatie geen betrekking heeft op de beperkingen in functioneren, maar op de realisering van de zorg. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.