ECLI:NL:CRVB:2014:1065
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onduidelijke woonsituatie en schending inlichtingenverplichting
Appellant vroeg bijstand aan na het ontvangen van een WW-uitkering. Hij gaf op dat hij bij zijn zus woonde, maar tijdens een huisbezoek verklaarde de zus dat appellant niet meer woonde op het opgegeven adres en wisselend bij vrienden en familie verbleef. Appellant bevestigde dit telefonisch en gaf aan geen vast adres te hebben vanwege ruzies.
Het college wees de aanvraag af wegens onvoldoende duidelijkheid over de woonsituatie en schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat de zus onjuiste verklaringen had afgelegd en dat een hersteltermijn of nieuw huisbezoek op zijn plaats was geweest.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij op het opgegeven adres woonde en dat de verklaring van de zus en het telefoongesprek op dezelfde dag dit bevestigden. De Raad vond geen reden voor een nieuw huisbezoek en verwierp het beroep. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van appellant wordt afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over zijn woonsituatie en niet-naleving van de inlichtingenverplichting.