ECLI:NL:CRVB:2014:1122
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking IOAZ-uitkering wegens niet tijdig indienen statusformulier
Appellant ontvangt sinds 1 januari 2005 een IOAZ-uitkering. Het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg heeft appellant meerdere keren verzocht een statusformulier in te vullen en binnen een termijn in te leveren. Na het uitblijven van het formulier heeft het college het recht op uitkering opgeschort en vervolgens ingetrokken met ingang van 5 november 2011.
Appellant stelde zich op het standpunt dat hij door medische omstandigheden in Frankrijk niet tijdig op de hoogte kon zijn van de verzoeken en daardoor het formulier niet tijdig kon indienen. De Raad overweegt dat appellant onvoldoende maatregelen heeft getroffen om zijn belangen te behartigen tijdens zijn afwezigheid en dat hij het college niet heeft geïnformeerd over zijn verblijf in het buitenland.
De Raad oordeelt dat het niet indienen van het formulier binnen de hersteltermijn verwijtbaar is en dat het college terecht het recht op uitkering heeft ingetrokken. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de IOAZ-uitkering wordt bevestigd omdat appellant het statusformulier niet tijdig heeft ingeleverd en dit hem verwijtbaar is.