ECLI:NL:CRVB:2014:1130
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens schending inlichtingenverplichting over woonadres
Appellant diende op 20 september 2011 een aanvraag om bijstand in volgens de WWB, waarbij hij verklaarde alleenstaand te zijn en woonachtig op een specifiek adres. Het college van burgemeester en wethouders van Hardenberg stelde een onderzoek in naar de juistheid van deze woongegevens, uitgevoerd door een sociaal rechercheur. Uit het onderzoek bleek dat de woning vanaf 27 september 2011 was afgesloten van water en verklaringen van buurtbewoners bevestigden dat er niemand op het opgegeven adres woonde.
Het college wees de aanvraag af op 8 november 2011 vanwege onvoldoende duidelijkheid over de feitelijke woonsituatie van appellant. Appellant voerde aan vooral 's nachts in de woning te verblijven, maar kon dit niet aannemelijk maken met controleerbare stukken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat appellant tekort was geschoten in zijn inlichtingenverplichting op grond van artikel 17 WWB Pro, waardoor het recht op bijstand over de betreffende periode niet kon worden vastgesteld. Een latere aanvraag waarbij bijstand werd verleend, deed hieraan niet af omdat die situatie niet relevant was voor de te beoordelen periode. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde het besluit van het college.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen vanwege het niet naleven van de inlichtingenverplichting over het woonadres.