ECLI:NL:CRVB:2014:1144
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens schending inlichtingenplicht en onduidelijke woonsituatie
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en gaf daarbij een woonadres op. Het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort voerde een huisbezoek uit vanwege twijfels over het opgegeven hoofdverblijf. Appellant verleende geen medewerking, waardoor het college de aanvraag afwees wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat er een redelijke grond was voor het huisbezoek, gelet op eerdere onduidelijkheden over de woonsituatie van appellant en het ontbreken van een huurovereenkomst. Hoewel niet was voldaan aan de eis van “informed consent”, was dit geen onrechtmatige inbreuk op het huisrecht die het gebruik van de bevindingen uitsloot.
Appellant had onvoldoende aannemelijk gemaakt waar hij woonde en weigerde een lijst met overnachtingsadressen in te vullen, waarmee hij zijn inlichtingenplicht schond. De Raad vond dat het college daardoor terecht de aanvraag had afgewezen omdat niet kon worden vastgesteld of appellant in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde. Het hoger beroep werd daarom afgewezen.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van appellant wordt afgewezen wegens schending van de inlichtingenplicht en onvoldoende aannemelijkheid van zijn woonsituatie.