Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- bepaalt dat van het college een griffierecht van € 466,- wordt geheven.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene was klantmanager bij de gemeente Alkmaar en kampte met hardnekkige RSI-klachten die leidden tot arbeidsongeschiktheid. Hij stelde dat deze klachten het gevolg waren van zijn werkzaamheden en de werkomstandigheden, waaronder hoge werkdruk en onvoldoende ergonomische inrichting van de werkplek.
Het college had de bezoldiging van betrokkene met 10% gekort op grond van artikel 7:3 CAR Pro/UWO, omdat de arbeidsongeschiktheid niet in en door de dienst zou zijn ontstaan. De rechtbank oordeelde dat er weliswaar sprake was van bijzondere omstandigheden tot mei 2007, maar dat geen causaal verband met de klachten was vastgesteld.
In hoger beroep heeft de Raad de feiten en medische rapportages beoordeeld. Hoewel betrokkene aanvankelijk veel beeldschermwerk verrichtte en de werkplek niet altijd ergonomisch verantwoord was, bood het werk mogelijkheden tot afwisseling. Medische rapporten en verklaringen van de bedrijfsarts en andere artsen toonden geen causaal verband aan tussen het werk en de klachten.
De Raad concludeerde dat betrokkene niet had aangetoond dat zijn arbeidsongeschiktheid in overwegende mate door zijn werkzaamheden of werkomstandigheden was veroorzaakt. De eerdere uitspraak werd bevestigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard.
Uitkomst: De korting van 10% op de bezoldiging wegens arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd omdat geen causaal verband met de dienst is vastgesteld.