ECLI:NL:CRVB:2014:1203
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onjuiste woonplaatsverklaring en feitelijk verblijf elders
Appellante diende een aanvraag om bijstand in bij de gemeente Rijswijk, waarbij zij verklaarde woonachtig te zijn op een adres in Rijswijk. De huurovereenkomst van deze woning was echter ontbonden en de woning ontruimd. De gemeente wees de aanvraag af wegens onjuiste inlichtingen over haar woon- en leefsituatie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellante ging in hoger beroep. Zij stelde dat haar verblijf bij haar moeder in Den Haag tijdelijk was en dat haar woning in Rijswijk onbewoonbaar was vanwege onderhoudsgebreken. Tevens voerde zij aan dat het college de aanvraag had moeten doorzenden naar de gemeente Den Haag.
De Raad oordeelde dat appellante feitelijk niet in Rijswijk woonde, gezien de ontbinding van de huurovereenkomst, het langdurige verblijf bij haar moeder en het ontbreken van bewijs dat de woning onbewoonbaar was. Ook mocht het college de aanvraag afwijzen zonder doorzending naar Den Haag, omdat appellante daar geen aanvraag wilde indienen. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag werd afgewezen omdat appellante feitelijk niet woonde op het opgegeven adres in Rijswijk.