ECLI:NL:CRVB:2014:1205
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- B.J. van de Griend
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verhoging vergoeding sociaal vervoer wegens ontbreken causaliteit
Appellant, erkend als vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), verzocht om een vergoeding voor sociaal vervoer. Eerdere besluiten hadden bepaalde psychosomatische klachten als causaal aan de vervolging aanvaard, maar somatische klachten zoals hernia en wervelkanaalstenose werden niet als causaal erkend.
Na een vervolgaanvraag in 2011 kende verweerder een vergoeding toe voor vervoer voor medische behandelingen en huishoudelijke hulp, maar wees een verhoging van de vergoeding voor sociaal vervoer af. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij in beroep ging bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat de eerder als causaal aanvaarde psychosomatische rugklachten niet meer relevant waren, omdat deze niet meer aanwezig werden geacht. De somatische klachten werden bevestigd als niet causaal. Het beroep van appellant richtte zich uitsluitend tegen de beoordeling van de rugklachten en niet tegen de afwijzing van het sociaal vervoer, welke laatste afwijzing berustte op het ontbreken van afwijking van het normbedrag.
De Raad concludeerde dat de gronden van appellant niet tot een andere beoordeling konden leiden en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de afwijzing van de verhoging van de vergoeding voor sociaal vervoer wordt ongegrond verklaard.