ECLI:NL:CRVB:2014:1207
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- B.J. van de Griend
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verhoging militair invaliditeitspensioen wegens onvoldoende verband dienstongeval en tromboseklachten
Appellant, een dienstplichtig militair die in 1986 een dienstongeval heeft gehad met een voorste kruisbandlaesie en mediale meniscuslaesie, vroeg meerdere malen om verhoging van zijn militair invaliditeitspensioen. Dit verzoek was gebaseerd op tromboseklachten die in 2001 werden vastgesteld en waarvan appellant stelde dat deze verband hielden met het dienstongeval.
Na diverse medische onderzoeken en adviezen, waaronder die van een internist-hematoloog, vaatchirurg en verzekeringsarts, werd het invaliditeitspensioen verhoogd vanwege verergering van de knieaandoening, maar niet vanwege de tromboseklachten. De minister wees het verband tussen de trombose en het dienstongeval af omdat er geen overtuigend medisch bewijs was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat hoewel een subklinische diep-veneuze trombose als gevolg van het dienstongeval niet volledig kon worden uitgesloten, er geen bevestiging was gevonden en het verband slechts een theoretische mogelijkheid bleef. Het grote tijdsverloop tussen het ongeval en de klachten versterkte dit oordeel.
Het hoger beroep werd verworpen en de afwijzing van het verzoek tot verhoging van het invaliditeitspensioen gehandhaafd.
Uitkomst: Het verzoek tot verhoging van het militair invaliditeitspensioen wegens tromboseklachten wordt afgewezen wegens onvoldoende medisch bewijs van verband met het dienstongeval.