ECLI:NL:CRVB:2014:1210
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- G.A.J. van den Hurk
- M. Greebe
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak herziening en terugvordering WIA- en ZW-uitkering wegens niet opgegeven werkzaamheden
Appellant werkte via een uitzendbureau als ijzerwerker en meldde zich ziek met een liesbreuk. Het UWV kende hem een ZW-uitkering toe en later een IVA-uitkering onder de Wet WIA. Na een anonieme melding onderzocht het UWV dat appellant vanaf 15 april 2008 tot en met januari 2010 werkzaamheden verrichtte bij een andere werkgever, zonder dit aan het UWV te melden.
Het UWV schortte en trok daarop de uitkeringen in en vorderde onverschuldigde betalingen terug. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond, stellende dat appellant geschikt was voor arbeid vanaf 15 april 2008 en dat het UWV voldoende onderzoek had gedaan.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat het UWV niet langer kan volhouden dat appellant op 15 april 2008 geschikt was voor arbeid vanwege het ontbreken van een medisch rapport. Het UWV moet de besluiten herzien en kan aanvullende medische onderzoeken laten verrichten. Tevens wordt vastgesteld dat appellant zijn inlichtingenplicht heeft geschonden door zijn werkzaamheden niet op te geven, wat rechtvaardigt dat het UWV de uitkeringen herziet en terugvordert.
De Raad draagt het UWV op binnen zes weken de gebreken in de besluiten te herstellen en opnieuw te beslissen, waarbij ook de gevolgen voor de terugvordering van de WIA-uitkering moeten worden betrokken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de motivering van het UWV en draagt het UWV op de besluiten te herstellen met aanvullende medische rapportage.