ECLI:NL:CRVB:2014:1217
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum AOW-pensioen en aanvraagcapaciteit appellant
Appellant, geboren in 1943, diende in september 2011 een aanvraag in voor een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). De Sociale verzekeringsbank (Svb) kende het pensioen toe met ingang van september 2010, omdat geen bijzonder geval was vastgesteld dat een eerdere ingangsdatum rechtvaardigde.
Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing, stellende dat hij niet eerder dan september 2011 in staat was de aanvraag te doen of zich te laten vertegenwoordigen. De Svb handhaafde haar besluit, stellende dat de medische verklaringen van appellant dit niet aannemelijk maakten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat appellant onvoldoende bewijs leverde voor een bijzonder geval. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en bevestigde dat uit de medische gegevens niet blijkt dat appellant niet eerder een aanvraag kon indienen. Er werd geen aanleiding gezien om af te wijken van het bestreden besluit of artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht toe te passen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de ingangsdatum van het AOW-pensioen niet eerder is dan september 2010.