ECLI:NL:CRVB:2014:1238
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.H. Bangma
- M.C.D. Embregts
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag ambtenaar wegens plichtsverzuim na incident met Poolse man
Appellant, werkzaam bij de politieregio Rotterdam-Rijnmond, werd geschorst en ontslagen vanwege plichtsverzuim in verband met een incident waarbij hij samen met een collega een Poolse man tegen diens wil buiten het district bracht. Tijdens dit incident bedreigde de collega de man met een vuurwapen en dwong hem een gat te graven, zonder dat appellant dit meldde.
De korpschef legde appellant onvoorwaardelijk ontslag op wegens verschillende gedragingen, waaronder het niet melden van het geweldsincident en het verzwegen van de feiten gedurende acht maanden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, met uitzondering van gedraging 2 (ongeoorloofd gebruik lange wapenstok) die onvoldoende was vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De Raad oordeelt dat gedragingen 1, 3, 6 en 7 bewezen zijn en plichtsverzuim vormen dat ontslag rechtvaardigt. Het niet melden van het geweldsincident wordt als ernstig aangemerkt, mede gezien de ervaring van appellant. De inhouding van bezoldiging tijdens schorsing is eveneens gegrond verklaard, omdat appellant onvoldoende inzicht gaf in zijn financiële situatie.
Uitkomst: Het ontslag en de inhouding van bezoldiging van appellant worden bevestigd wegens plichtsverzuim.