Uitspraak
OVERWEGINGEN
.Op 26 januari 2012 hebben medewerkers van het college nogmaals geprobeerd een huisbezoek af te leggen. Zij troffen de woning in dezelfde staat aan. Appellant werd opnieuw niet aangetroffen. Bij brief van
Centrale Raad van Beroep
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor woninginrichting, maar het college twijfelde aan zijn woonsituatie vanwege meerdere mislukte huisbezoeken waarbij de woning leeg leek en post zich ophoopte. Appellant verscheen niet op een uitnodiging voor een gesprek en gaf geen nadere toelichting.
Het college wees de aanvraag af omdat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld zonder medewerking van appellant. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel.
De Raad oordeelde dat het college voldoende onderzoek had verricht en dat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden door niet te verschijnen en onvoldoende bewijs te leveren van zijn woonsituatie. Latere toekenning van bijstand deed hieraan niet af.
De uitspraak benadrukt het belang van medewerking aan onderzoek en het aannemelijk maken van de feiten bij aanvragen bijzondere bijstand. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: De afwijzing van de bijzondere bijstand wordt bevestigd omdat appellant zijn woonsituatie niet aannemelijk heeft gemaakt en zijn inlichtingenverplichting heeft geschonden.