Uitspraak
OVERWEGINGEN
€ 1.000,- aangewezen.
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker stelde hoger beroep in tegen het College voor zorgverzekeringen (Cvz) vanwege overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaarprocedure. De Raad stelde vast dat de behandeling van het bezwaar ruim een jaar duurde, terwijl een termijn van zes maanden redelijk wordt geacht. Cvz voerde aan dat de complexiteit en het aantal soortgelijke zaken een langere termijn rechtvaardigden, maar dit werd door de Raad niet gevolgd.
De Raad beoordeelde de overschrijding aan de hand van de omstandigheden van het geval, waaronder de complexiteit, het procesverloop en het belang van verzoeker. De eerdere uitspraak van de Raad had al een vermoeden van overschrijding in zowel de bestuurlijke als rechterlijke fase bevestigd. Inmiddels was een schadevergoeding van €500 toegekend voor de rechterlijke fase en ingetrokken door verzoeker.
De Raad concludeerde dat de overschrijding van de redelijke termijn in de bestuurlijke bezwaarfase negen maanden bedroeg en acht een vergoeding van €1.000 passend. Proceskosten werden niet vastgesteld. De uitspraak werd gedaan door R.M. van Male, waarbij Z. Karekezi als griffier aanwezig was.
Uitkomst: Cvz wordt veroordeeld tot betaling van €1.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaarfase.