ECLI:NL:CRVB:2014:1294
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- J.Th. Wolleswinkel
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot uitkering dienstongeval en smartengeld politie
Appellant, werkzaam bij de politieregio Midden en West Brabant, heeft op 25 juli 2003 tijdens diensttijd een dienstongeval gehad. In 2007 zijn op grond van artikel 54a van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp) twee bedragen aan hem uitgekeerd als schadevergoeding. In 2011 verzocht appellant alsnog om een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid door het dienstongeval, maar dit verzoek werd door de korpschef afgewezen en die afwijzing werd door de rechtbank bevestigd.
In hoger beroep overweegt de Centrale Raad van Beroep dat het verzoek van appellant neerkomt op terugkomen op een in rechte onaantastbaar geworden besluit. Appellant had destijds geen bezwaar gemaakt tegen de uitkeringen en was op de hoogte van de grondslag van de betalingen. Onbekendheid met de regeling en het ontbreken van een rechtsmiddelenclausule vormen geen grond voor heropening.
De Raad stelt vast dat de nieuwe Regeling uitkering dienstongevallen politie uit 2007 niet met terugwerkende kracht geldt en dat de aanspraken niet wezenlijk afwijken van de eerdere regeling. Bovendien geldt dat de vaststelling van arbeidsongeschiktheid uiterlijk drie jaar na het ongeval moet plaatsvinden. Daarom blijft het besluit van 26 september 2011 in stand en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek van appellant om uitkering en smartengeld wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.