ECLI:NL:CRVB:2014:1312
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand zelfstandigen wegens niet levensvatbaar bedrijf
Appellante vroeg bijstand aan op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz 2004) om een schoonheidssalon te starten. Het college wees de aanvraag af op advies van FBA, dat het bedrijf niet levensvatbaar achtte. Na bezwaar en tegenadvies van Flynth, dat het bedrijf wel levensvatbaar vond, werd het IMK als onafhankelijke deskundige ingeschakeld. Het IMK concludeerde dat het bedrijf niet levensvatbaar was vanwege onvoldoende ondernemerscapaciteiten, forse concurrentie, optimistische omzetverwachtingen en hoge investeringsverplichtingen.
Appellante voerde aan dat het IMK-advies op onjuiste aannames was gebaseerd, zoals een te lage omzetprognose en onvoldoende rekening houden met werkervaring. De Raad oordeelde echter dat het advies zorgvuldig, consistent en overtuigend was gemotiveerd en dat de kritiek van appellante onvoldoende onderbouwd was. De Raad benadrukte dat alleen de situatie ten tijde van het primaire besluit relevant is en dat latere wijzigingen niet in aanmerking kunnen worden genomen.
De Raad volgde het oordeel van de rechtbank dat het bedrijf niet levensvatbaar is en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 22 april 2014.
Uitkomst: De aanvraag bijstand zelfstandigen wordt afgewezen wegens het ontbreken van een levensvatbaar bedrijf.