ECLI:NL:CRVB:2014:1317
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F.C. Talman
- E.C.R. Schut
- C.H. Rombouts
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder sinds 2007. Uit onderzoek door de gemeente Utrecht bleek dat zij vanaf 19 juli 2010 een gezamenlijke huishouding voerde met haar ex-echtgenoot, wat zij niet had gemeld. Tevens werden niet verklaarde stortingen op haar bankrekening geconstateerd.
Het college besloot de bijstand over diverse maanden te herzien en terug te vorderen, de bijstand in te trekken en de kosten van bijstand terug te vorderen van appellante en haar ex-echtgenoot. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de gezamenlijke huishouding en de niet gemelde stortingen voldoende grond waren voor terugvordering.
In hoger beroep betwistte appellante de vaststelling van de gezamenlijke huishouding over bepaalde periodes en de terugvordering van de stortingen. De Raad oordeelde dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden, dat de onderzoeksbevindingen voldoende waren voor het aannemen van een gezamenlijke huishouding, en dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat volledige bijstand zou zijn toegekend als zij wel had gemeld.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en wees het verzoek tot schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens het niet melden van een gezamenlijke huishouding en onverklaarde stortingen.