ECLI:NL:CRVB:2010:BO3808
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- H.C.P. Venema
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder melding
Appellanten, voormalig gehuwd en beiden bijstandontvangers, werden door het College van B&W Groningen beschuldigd van het voeren van een gezamenlijke huishouding zonder melding hiervan, wat leidde tot intrekking van de bijstand en terugvordering van kosten over de periode 1 april 2003 tot 30 april 2007.
De sociale recherche voerde een uitgebreid onderzoek uit, waaronder dossieronderzoek, huisbezoek, buurtonderzoek en analyse van water-, gas- en elektriciteitsverbruik. Het extreem lage waterverbruik op het adres van appellant vormde een sterke aanwijzing dat hij daar niet zijn hoofdverblijf had. Getuigenverklaringen van directe buren ondersteunden het gezamenlijke hoofdverblijf van appellant en appellante op het adres van appellante.
Appellanten voerden aan dat de rechtbank onvoldoende rekening hield met hun verklaringen over het lage waterverbruik en dat het College in strijd met artikel 6 EVRM Pro handelde door geen verder onderzoek te doen naar ontlastende omstandigheden. De Raad verwierp deze bezwaren en stelde dat het onweerlegbaar rechtsvermoeden van gezamenlijke huishouding geldt bij kinderen uit de relatie, ongeacht hun leeftijd.
De Raad concludeerde dat appellanten een gezamenlijke huishouding voerden zonder melding, waardoor appellante ten onrechte bijstand ontving als alleenstaande. Het College was bevoegd de bijstand in te trekken en de kosten terug te vorderen van appellante en appellant. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.