ECLI:NL:CRVB:2014:1318
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering bijzondere bijstand voor inrichting nieuwe woning wegens ontbreken dakloosheid
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van de inrichting van zijn nieuwe woning, maar het college van burgemeester en wethouders van Utrecht wees dit af omdat appellant niet viel onder de doelgroepen van artikel 17 van Pro de Richtlijnen Bijzondere Bijstand Utrecht.
Appellant voerde aan dat hij in juni 2011 zijn woning had verlaten en dakloos was geweest tot zijn nieuwe woning op 24 november 2011, en beriep zich daarmee op de doelgroep van daklozen die opnieuw een woning betrekken. Ter onderbouwing overlegde hij een verklaring van een derde.
De Raad oordeelde dat appellant niet op verifieerbare wijze aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk dakloos was geweest in de genoemde periode. Zo was hij pas op 24 november 2011 uitgeschreven uit de basisregistratie en had hij tot 22 november 2011 bijstand ontvangen volgens de norm voor gehuwden. De verklaring van de derde was onvoldoende concreet.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van bijzondere bijstand bevestigd.