ECLI:NL:CRVB:2014:1328
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als medewerkster algemeen schoonmaakonderhoud, viel op 4 mei 2009 uit wegens lichamelijke en psychische klachten. Het UWV weigerde per 2 mei 2011 een WIA-uitkering toe te kennen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen nieuwe medische gegevens waren die een ander oordeel rechtvaardigden.
In hoger beroep stelde appellante dat zij volledig arbeidsongeschikt was en niet kon werken, maar ondersteunde dit niet met nieuwe medische stukken. De Raad volgde de rechtbank en vond de medische grondslag van het besluit juist en voldoende onderbouwd, waarbij de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 5 mei 2011 beperkingen op mentaal en enigszins fysiek gebied vaststelde.
De Raad oordeelde dat de functies waarop de schatting was gebaseerd passend waren en dat de niet-medisch onderbouwde mening van appellante onvoldoende gewicht had. Daarom werd de aangevallen uitspraak bevestigd en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.