ECLI:NL:CRVB:2014:1331

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 april 2014
Publicatiedatum
23 april 2014
Zaaknummer
13-5552 ANW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:11 AwbAlgemene Nabestaandenwet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding ANW-uitkering

Appellante maakte bezwaar tegen de beslissing van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) die haar geen recht gaf op een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene Nabestaandenwet (ANW), omdat haar overleden echtgenoot niet verzekerd was. Dit bezwaar werd echter te laat ingediend.

De Svb verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat de door appellante aangevoerde redenen voor de termijnoverschrijding onvoldoende waren om deze te verontschuldigen. Appellante stelde in hoger beroep inhoudelijke argumenten en gaf aan analfabeet te zijn en de wet niet te kennen.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de overschrijding van de bezwaartermijn niet verschoonbaar was volgens artikel 6:11 Awb Pro. De inhoudelijke beoordeling van het bezwaar kon daarom niet plaatsvinden. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het bezwaar van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.

Uitspraak

13/5552 ANW
Datum uitspraak: 18 april 2014
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
30 augustus 2013, 13/728 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats], Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 maart 2014. Appellante is daarbij niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Sturmans.

OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 9 mei 2012 heeft de Svb aan appellante meegedeeld dat zij geen recht heeft op een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene Nabestaandenwet (ANW), omdat haar voormalige echtgenoot op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was voor deze wet. Dit besluit en een Franse vertaling daarvan zijn op 8 mei 2012 aan de Caisse Nationale de Sécurité Sociale (CNSS) toegezonden, die op 28 mei 2012 heeft laten weten het besluit naar appellante te hebben doorgezonden.
1.2. Bij brief van 17 juli 2012, door de Svb ontvangen op 6 november 2012 heeft appellante bezwaar gemaakt tegen het besluit van 9 mei 2012. Als reden voor de termijnoverschrijding heeft appellante aangegeven dat zij niet thuis verbleef en voornoemd besluit tot 17 juli 2012 was zoekgeraakt.
1.3. Bij beslissing op bezwaar van 7 januari 2013 (bestreden besluit) heeft de Svb dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat de termijn voor het indienen van bezwaar is overschreden.
2.
De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard, onder overweging dat de door appellante genoemde omstandigheden onvoldoende reden opleveren de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Het had op de weg van appellante gelegen om bij afwezigheid adequate voorzieningen met betrekking tot haar post te treffen.
3.
Appellante heeft in hoger beroep inhoudelijke argumenten aangevoerd tegen de weigering van de ANW-uitkering. Ook heeft appellante naar voren gebracht dat zij analfabete is en niet bekend is met de wet.
4.1.
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.2.
Tussen partijen is slechts in geschil de vraag of de overschrijding van de bezwaartermijn ingevolge artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verschoonbaar is.
4.3.
Het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen worden volledig onderschreven. Het volgende wordt daaraan toegevoegd.
4.4.
Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd levert geen omstandigheden op die ertoe leiden de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten in de zin van artikel 6:11 van Pro de Awb. Aan een inhoudelijke beoordeling van de zaak kan om die reden niet worden toegekomen.
4.5.
Uit hetgeen hiervoor onder 4.2 tot en met 4.4 is overwogen vloeit voort dat het hoger beroep niet kan slagen, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
5.
De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos, in tegenwoordigheid van O.P.L. Hovens als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 april 2014.
(getekend) E.E.V. Lenos
(getekend) O.P.L. Hovens

RB

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),
statue:
confirme la décision attaquée.
Par conséquent, décidée par E.E.V. Lenos en présence de O.P.L. Hovens en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 18 avril 2014.