ECLI:NL:CRVB:2014:1346
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellant, werkzaam als agrarisch medewerker, meldde zich ziek wegens migraine en hoofdpijn en ontving een Ziektewetuitkering. Na medisch onderzoek door verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts werd geconcludeerd dat appellant geschikt was om zijn werk te hervatten, waarna het UWV de uitkering beëindigde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij het rapport van de bezwaarverzekeringsarts doorslaggevend was. Appellant voerde in hoger beroep aan dat specialistische rapporten een toename van cognitieve en lichamelijke klachten toonden, wat arbeidsongeschiktheid zou betekenen, en verzocht om onafhankelijk deskundigenonderzoek.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, met voldoende informatie over de aard van het werk en de klachten. De bezwaarverzekeringsarts had de medische gegevens en neuropsychologische rapporten beoordeeld en vond geen reden het eerdere standpunt te wijzigen. De stelling dat appellant jarenlang onbeschermd met landbouwgifstoffen had gewerkt, was onvoldoende onderbouwd.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht het recht op ziekengeld had beëindigd per 24 november 2011. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 24 november 2011 bevestigd.