ECLI:NL:CRVB:2014:1352
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling hoogte toeslag volgens Toeslagenwet
Appellant maakte bezwaar tegen de vaststelling van de hoogte van zijn toeslag ingevolge de Toeslagenwet (TW), waarbij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) het bedrag ongewijzigd had vastgesteld op € 349,96 bruto per maand. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat volgens de wet de toeslag wordt berekend op basis van het verschil tussen het dagloon en de WAO-uitkering, en niet op basis van het verschil tussen het sociaal minimum en de WAO-uitkering zoals appellant stelde.
Appellant voerde in hoger beroep dezelfde gronden aan, waaronder ook een subsidiair standpunt dat het dagloon onjuist was vastgesteld. De Raad oordeelde dat het dagloon eerder correct was vastgesteld en dat appellant daartegen geen bezwaar had gemaakt, waardoor de vaststelling vaststaat.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank volledig en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee blijft de vaststelling van de toeslag ongewijzigd in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vaststelling van de toeslag blijft ongewijzigd.