ECLI:NL:CRVB:2014:1354
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ZW-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante was werkzaam als schoonmaakster en meldde zich ziek vanwege psychische klachten en pijnklachten aan armen en benen. Na meerdere onderzoeken door de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts werd zij met ingang van 7 november 2011 arbeidsgeschikt verklaard, waarna het Uwv de ZW-uitkering beëindigde.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het Uwv werd afgewezen. De rechtbank concludeerde dat het onderzoek zorgvuldig was en de bevindingen van de artsen voldoende waren onderbouwd. De medische informatie gaf geen aanleiding tot twijfel over de juistheid van het oordeel dat appellante geschikt was voor haar werk.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de rechtbank ten onrechte het standpunt van het Uwv onderschreef en dat zij regelmatig uitviel wegens psychische klachten. De Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, rekening houdend met alle medische gegevens, waaronder een brief van de huisarts. De klachten en beperkingen waren onvoldoende om haar ongeschikt te verklaren.
De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor het opleggen van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van de ZW-uitkering wordt bevestigd.