ECLI:NL:CRVB:2014:1356
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellante viel op 14 juli 2011 uit voor haar werk als verkoopster wegens psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na medisch onderzoek op 11 januari 2012 concludeerde de verzekeringsarts dat zij weer geschikt was voor haar eigen arbeid. Het Uwv beëindigde daarop haar uitkering per die datum.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het Uwv werd afgewezen na een rapport van een bezwaarverzekeringsarts. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het onderzoek zorgvuldig was en dat appellante geen medische informatie had overgelegd die een ander oordeel rechtvaardigde.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar gezondheid niet was verbeterd en verwees zij naar emotionele gebeurtenissen. De Raad oordeelde dat het subjectieve oordeel van appellante onvoldoende is om ongeschiktheid aan te nemen en dat geen nieuwe medische stukken waren ingediend. Verslechteringen na de peildatum blijven buiten beschouwing.
De Raad bevestigt de eerdere uitspraak en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 11 januari 2012 bevestigd.