ECLI:NL:CRVB:2014:1361
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit beëindiging ZW-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, werkzaam als productiemedewerker/inpakker in WSW-verband, meldde zich per 1 januari 2010 ziek met psychische en heupklachten. Het UWV stelde na onderzoek op 7 oktober 2011 vast dat appellant weer in staat was tot het verrichten van zijn arbeid en beëindigde de Ziektewet-uitkering per 14 oktober 2011.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen op basis van een rapport van een bezwaarverzekeringsarts. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en de belastbaarheid niet was overschat.
In hoger beroep herhaalde appellant dat zijn beperkingen werden onderschat en verzocht om een onafhankelijke deskundige. De Raad oordeelde dat het UWV op inzichtelijke wijze had onderbouwd dat appellant zijn arbeid kon verrichten en dat de medische stukken, inclusief die van de behandelend psychiater, dit bevestigden. Een verplichte terugkeer naar de vorige werkgever was niet aan de orde.
De Raad zag geen aanleiding voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV dat appellant niet langer ongeschikt is voor arbeid en wijst het hoger beroep af.